back

14 jaar STAN®-monitoring: een evaluatie

In de editie van Gunaïkea van mei 2020 werd een artikel over STAN® gepubliceerd met als titel: “Een klinisch standpunt over de invloed van het STAN-gebruik op verloskundig beleid tijdens arbeid en bevalling.” Het betreft een “Evaluatie van 14 jaar STAN-monitoring in het Mariaziekenhuis Noord-Limburg te Pelt”, geschreven door gynaecoloog Bart Bollen.

Over STAN

STAN is de afkorting van ST-analyse en is een product van ICT Healthcare. De STAN® S41-monitor van de Zweedse firma Neoventa analyseert het ST-segment van het foetale ECG in real-time. Deze ST-analyse van STAN geeft een duidelijk en betrouwbaar beeld over een al dan niet bestaand zuurstoftekort van de ongeboren baby. STAN stelt de gebruiker in staat om vroegtijdig in te grijpen als de baby in nood verkeert, en helpt daarnaast onnodige sectio’s of kunstverlossingen te vermijden.

Het product werd in 2005 geïntroduceerd op de dienst gynaecologie-verloskunde van het Maria Ziekenhuis Noord-Limburg in het Belgische Pelt. Zoals in vele kraamklinieken en ziekenhuisafdelingen, gebeurde dit in het begin met enige terughoudendheid. Gezien de lage sensitiviteit van het CTG alleen werd STAN ingevoerd op alle verloskamers. De bedoeling was het beter beoordelen van het foetale welzijn, het voorkomen van onnodige interventies en daarmee het verbeteren van het maternaal welzijn. Wegens de logistieke problemen en beperkte wetenschappelijke onderbouw van het microbloed onderzoek werd er niet voor deze methode geopteerd.

Door het regelmatig doornemen van STAN-casuïstiek is het medische afdelingspersoneel goed vertrouwd met het gebruik. Door de toename van het STAN-gebruik neemt naast de kennis ook het vertrouwen toe.

Een van de conclusies van het vier pagina’s tellende artikel luidt:

“Sinds de implementatie van de STAN® zien we een toename van het gebruik met meer vertrouwen in de methode. Het grote voordeel voor ons lijkt het gebruik van de STAN tijdens de uitdrijving, met minder interventies, minder episiotomies, minder kunstverlossingen en neiging om een afwachtender beleid te voeren alvorens te starten met persen in de tweede fase van de bevalling. Het medicaliseren van de bevalling door het plaatsen van een scalp-elektrode lijkt eerder te leiden tot een demedicalisering van de bevalling.”

Gunaïkeia is het officieel tijdschrift van het VVOG, de Vlaamse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie. Wilt u het volledige artikel lezen? Klik dan op de button hieronder.

Contact for this case

Carla Stuifzand

Marketing Communications Director / Corporate Spokesperson

t +31 88 90 82 000

e carla.stuifzand@ict.nl

GDPR Consent

The ICT Group website uses cookies for various functions in the website; Functional Cookies, Website Statistics, Personalised Advertising and Social Media. Advertising and Social Media cookies collect information about activities of individual users. This allows third parties to display personalised adverts to you and to allow you the option to share content from this site to Social Media platforms.

By continuing to use this website you are allowing us to place these cookies. The Cookie Settings voor de ICT Group website can be changed or revoked at any time. You can reach the settings through the Cookie Settings button as well as through the link in the footer of every page on this site.

Read our privacy policy here | Close this bar
Cookie Settings